De warmtetransitie gaat over techniek: isolatie, warmtepompen, warmtenetten, energie-infrastructuur en de capaciteit van het elektriciteitsnet. Maar achter iedere technische keuze liggen andere vragen. Waar begin je? Kies je voor een aanpak per wijk of juist per doelgroep? Welke partijen zijn nodig om plannen uitvoerbaar te maken? En wie zorgt ervoor dat alle losse onderzoeken, gesprekken en belangen uiteindelijk samenkomen in één duidelijke koers?
Gemeenten hebben vanuit het Klimaatakkoord een regierol in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Uiterlijk eind 2027 moeten zij een eerste warmteprogramma vaststellen: de opvolger van de Transitievisie Warmte. Waar die visie vooral richting gaf, moet het warmteprogramma de stap zetten naar een concreter programma met keuzes, prioriteiten en maatregelen voor de komende jaren.
Juist die stap vraagt meer dan het schrijven van een beleidsdocument. De gemeente kan de warmtetransitie niet alleen realiseren: ook inwoners, gebouweigenaren en lokale organisaties moeten in beweging komen. Een goed warmteprogramma verbindt daarom een inhoudelijke onderbouwing aan een realistische aanpak voor de uitvoering.
In Son en Breugel begeleidt onze collega Mart van den Eijnden het traject naar het warmteprogramma. Mart is adviseur maatschappelijke opgaven en expert op het gebied van de warmtetransitie. Daarnaast is hij projectleider en procesbegeleider. “Een warmteprogramma maak je niet vanachter een bureau,” zegt Mart. “De keuzes raken inwoners, organisaties en gebieden.” Daarom brengt hij niet alleen de mogelijke warmteoplossingen in beeld, maar organiseert hij ook het proces waarin de lokale uitwerking tot stand komt.
Van strategische visie naar een uitvoerbaar programma
Veel gemeenten legden in 2021 in hun Transitievisie Warmte voor het eerst vast hoe zij op hoofdlijnen naar een aardgasvrije gebouwde omgeving wilden toewerken. Het warmteprogramma bouwt daarop voort, maar vraagt om een volgende stap. Niet alleen de mogelijke warmteoplossingen moeten in beeld zijn; ook de manier waarop een gemeente de uitvoering wil organiseren en ondersteunen moet duidelijker worden.
Dat is ingewikkeld. Gemeenten hebben weliswaar de regie, maar kunnen niet eenvoudig bepalen wanneer en hoe iedere inwoner of gebouweigenaar overstapt op een andere warmtevoorziening. Gemeenten krijgen op termijn bijvoorbeeld de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen die uiteindelijk van het aardgas afgaan. Dat is een ingrijpende bevoegdheid, die een zorgvuldige onderbouwing vraagt. De gemeentelijke regierol bestaat daarom in de praktijk vooral uit richting geven, stimuleren en de uitvoering stap voor stap organiseren.
Voor Son en Breugel betekende dit dat niet alleen technische mogelijkheden zijn onderzocht. Ook de vraag welke aanpak bij de gemeente past, kreeg nadrukkelijk aandacht. Moet de gemeente vooral gebiedsgericht werken en per buurt of kern bekijken wat nodig en haalbaar is? Of is een doelgroepgerichte aanpak logischer, waarbij bijvoorbeeld woningeigenaren, huurders of specifieke typen gebouwen gemeentebreed worden ondersteund? De antwoorden op zulke vragen bepalen in belangrijke mate hoe realistisch en uitvoerbaar het programma wordt.
Regie die duidelijkheid en tempo brengt
Een traject met verschillende onderzoeken, beleidsterreinen en beslismomenten kan gemakkelijk versnipperen. Zonder een duidelijke procesverantwoordelijke lopen bijdragen naast elkaar, worden keuzes vooruitgeschoven en blijft onduidelijk wat de volgende stap is.
Mart bracht in Son en Breugel overzicht in dat speelveld. “Mijn rol is niet alleen om inhoudelijk mee te denken,” legt hij uit, “maar ook om te zorgen dat het proces blijft bewegen.” Samen met het projectteam maakte hij daarom steeds expliciet welke keuzes moesten worden voorbereid, welke kennis daarvoor nodig was en hoe de uitkomsten in het warmteprogramma terechtkwamen.
Die combinatie creëert duidelijk eigenaarschap. Er is één herkenbare procesverantwoordelijke die het traject in gang zet en voortgang organiseert, terwijl de inhoudelijke verantwoordelijkheid bij de gemeentelijke organisatie blijft. Dat versnelt het proces en voorkomt dat het warmteprogramma een verzameling losse bijdragen wordt.
Goede procesbegeleiding betekent daarbij niet dat alle onzekerheden verdwijnen. De warmtetransitie blijft afhankelijk van veranderende wetgeving, technische ontwikkelingen, betaalbaarheid en de beschikbare capaciteit op het energienet. De meerwaarde zit juist in het zorgvuldig organiseren van die onzekerheid: helder maken wat al bekend is, welke keuzes nu nodig zijn en welke onderwerpen later verder moeten worden onderzocht.
Lokale perspectieven als onderdeel van de koers
Een belangrijk moment in het traject was een interactieve bijeenkomst met externe stakeholders. Mart nam de deelnemers eerst mee in de mogelijkheden en dilemma’s van de warmtetransitie in Son en Breugel. Daarna gingen zij in kleinere brainstormgroepen met elkaar in gesprek over de mogelijke koers.
Daarbij stond onder meer de keuze tussen een gebiedsgerichte en een doelgroepgerichte aanpak centraal. In de brainstormgroepen verkenden de deelnemers welke route bij Son en Breugel past en welke bijdrage zij vanuit hun eigen rol aan de uitvoering kunnen leveren.
Aan tafel zaten woningcorporaties, energieverenigingen, lokale energiecoaches, maatschappelijke initiatieven en vertegenwoordigers van buurten en wijken. Juist die breedte is belangrijk. Een woningcorporatie brengt kennis in over de verduurzaming van huurwoningen, terwijl lokale organisaties en energiecoaches zicht hebben op vragen en initiatieven van inwoners. Buurt- en wijkvertegenwoordigers voegen daar kennis over de leefomgeving en eerdere gebiedsprocessen aan toe.
“Technisch kun je veel doorrekenen, maar daarmee weet je nog niet welke aanpak lokaal werkt,” zegt Mart. De sessie maakte zichtbaar waar kansen liggen en welke vragen nog moeten worden uitgewerkt. De opbrengsten worden gebruikt om de prioriteiten en rolverdeling in het warmteprogramma verder aan te scherpen.
De integrale werkwijze in de praktijk
De warmtetransitie raakt vrijwel de hele gemeentelijke organisatie. Naast duurzaamheid gaat het om wonen, ruimtelijke ontwikkeling, economie, communicatie en het sociaal domein. Een keuze voor een warmteoplossing heeft bovendien gevolgen voor de openbare ruimte, de betaalbaarheid voor inwoners, de energie-infrastructuur en de planning van andere werkzaamheden.
Daarom benadert Facet het warmteprogramma als een integrale maatschappelijke opgave. We brengen inhoudelijke disciplines en verschillende belangen bij elkaar en zoeken naar een koers die technisch onderbouwd én maatschappelijk uitvoerbaar is. Niet door complexiteit weg te nemen, maar door deze overzichtelijk te maken en te vertalen naar concrete stappen.
Mart past die aanpak niet alleen toe in Son en Breugel. Ook in Waalre, Nuenen en Gemert-Bakel begeleidt hij gemeenten bij vraagstukken rond de warmtetransitie. Iedere gemeente heeft daarbij een eigen uitgangspositie. De beschikbare warmtebronnen, woningvoorraad, lokale initiatieven en organisatorische capaciteit verschillen. Dat betekent dat een succesvolle aanpak nooit simpelweg kan worden gekopieerd.
De rode draad is wel steeds hetzelfde: inhoud en proces moeten gelijk opgaan. Ervaringen uit andere gemeenten helpen om patronen en risico’s eerder te herkennen, maar de keuzes en procesinrichting worden steeds opnieuw afgestemd op de lokale gegevens, beschikbare capaciteit en fase van de transitie. Zo worden technische analyses en organisatorische randvoorwaarden bewust met elkaar verbonden.
Van tijdelijke ondersteuning naar duurzame versterking
De inzet van Mart laat zien welke waarde een ervaren adviseur kan toevoegen wanneer een gemeente tijdelijk extra regie en expertise nodig heeft. Hij kan snel instappen, structuur aanbrengen en tegelijkertijd inhoudelijk meewerken aan het programma. Daardoor ontstaat ruimte binnen de organisatie en krijgt een complex traject de aandacht die het nodig heeft.
De kwaliteit die hiervoor nodig is, is niet alleen relevant voor tijdelijke adviseurs. Het vermogen om inhoudelijke kennis te combineren met proceseigenaarschap en complexe informatie te vertalen naar uitvoerbare stappen, hebben gemeenten ook duurzaam in hun eigen organisatie nodig.
Precies daar sluit het Talent Development Programma van Facet op aan. Binnen dit programma ontwikkelen talenten zich in de praktijk van één organisatie. Ze werken als collega mee aan actuele maatschappelijke opgaven en krijgen begeleiding en trainingen die aansluiten bij wat zij dagelijks tegenkomen. Onderwerpen als procesregie, stakeholdermanagement, beleidsontwikkeling, bestuurlijke sensitiviteit en integraal werken vormen daarin een belangrijke basis.
Voor opdrachtgevers biedt dat twee manieren om de organisatie te versterken. Een ervaren adviseur kan op korte termijn richting, tempo en inhoudelijke kwaliteit brengen. Een talent kan zich vanuit dezelfde werkwijze binnen de organisatie ontwikkelen en deze kwaliteiten op langere termijn helpen borgen. In beide gevallen staat niet het leveren van capaciteit centraal, maar het versterken van de beweging rond de maatschappelijke opgave.
Samen werken aan warmte van morgen
Met het warmteprogramma heeft Son en Breugel een belangrijke stap gezet. De komende jaren zal de warmtetransitie steeds concreter worden. Dat brengt nieuwe onderzoeken, keuzes en gesprekken met zich mee. Een warmteprogramma vormt daarvoor geen eindpunt, maar een vertrekpunt. De kwaliteit ervan wordt uiteindelijk zichtbaar in de mate waarin het richting geeft aan uitvoering en samenwerking.
Gemeenten die op korte termijn behoefte hebben aan inhoudelijke expertise en procesregie kunnen daarbij gebruikmaken van de adviseurs van Facet. Organisaties die deze kwaliteiten duurzaam in hun eigen team willen ontwikkelen, kunnen via het Talent Development Programma investeren in professionals die van binnenuit leren werken aan complexe maatschappelijke opgaven.
Want ook de overgang naar duurzame warmte begint niet bij één techniek of één beleidsstuk. Die begint bij mensen die kennis verbinden, verantwoordelijkheid nemen en samen stappen zetten. De toekomst vorm je samen.
Meer weten?
Mart van den Eijnden Adviseur